Cornelis van der Kaaij schilder 1884 1968
Schilders Van der Kaaij leven voort in hun werken
18 juli 2024, 08:23CultuurKunst en Cultuur
Dorpsgezichten, landschappen en stillevens in combinatie met moderne werken. In Sint-Oedenrode en de regio zijn de schilders van de familie Van der Kaaij bij velen bekend. In menig Rooise huiskamer hangt een schilderij van een van de drie generaties. Gert van der Kaaij, de enige nog levende schilder uit de familie, is inmiddels al heel wat jaren in de voetsporen getreden van zijn voorvaderen en zijn werk is over vele plekken in het land verspreid.
Door: Caroline van der Linden
In zijn huiskamer, waar de penselen van zijn grootvader als eerbetoon mooi ingelijst aan de muur hangen, gaan we met hem en zijn tante Hannie in gesprek en duiken we de geschiedenis in. Hannie, die zelf van een generatie is waarbij niemand het penseel heeft opgepakt, mocht het als kind nog wel aanschouwen. Gert zet het schilderen een generatie later voort. “Toen mijn opa overleed, kreeg ik deze penselen,” zegt Gert dankbaar. “Mijn overgrootvader Cornelis is de grondlegger van de schilders in onze familie,” begint hij. “In 1884 geboren in Zaltbommel, overleed hij in 1968 in Sint-Oedenrode. Daartussen liggen 83 nijvere jaren, twee wereldoorlogen, het verlies van twee echtgenotes, een strijd om het bestaan met een overgang van werknemer tot zelfstandig ondernemer en een eindeloze zee van uren doorgebracht achter de schildersezel. Het ene doek na het andere heeft hij vervaardigd,” vertelt Gert trots. “Het is best moeilijk om in kort bestek een beeld te geven van zijn arbeidzame leven. In de Kerkstraat in Rooi had hij zijn schildersbedrijf met een winkel erbij. Tientallen jaren was hij een niet weg te denken figuur in het dorp. Hij had een dochter en vier zonen, van wie de jongste een toekomst heeft opgebouwd aan het andere eind van de wereld, in Nieuw-Zeeland. Vanaf het begin van mijn overgrootvaders verblijf in Sint-Oedenrode heeft hij zijn schilderkunst in dienst gesteld van de gemeenschap. Behalve het maken van schilderijen, heeft hij jarenlang de achtergronden en de coulissen geschilderd voor de plaatselijke toneelgroep en zich verdienstelijk gemaakt als grimeur. Er zullen vast nog veel Rooienaren zijn die zich de prachtige achtergronden voor de kerstgroep in de Martinuskerk herinneren.”
“Elk jaar werd het doek helemaal afgewassen in de gracht, want het doek was duur,” weet Hannie zich nog te herinneren. “Dan werd het hergebruikt en schilderde hij er weer een ander tafereel op. Zo heb ik ook nog een schildering van de Knoptoren, volgens mij gemaakt op de achterkant van een sigarenkistje. Dat was natuurlijk een stuk goedkoper,” lacht ze.
“Ook groot was zijn aandeel in feestelijkheden, zoals bijvoorbeeld bij het twaalfde eeuwfeest van Sint-Oda,” vertelt Gert verder. Dit werd gevierd met een optocht die van heinde en verre veel belangstelling trok. Mijn overgrootvader ontwierp de praalwagens. Ook bekend zijn zijn gedachteniskaarten met historische beelden waarvan hij een hele serie maakte. Maar naast dat hij dus echt wel meer deed dan alleen schilderen, zijn zijn schilderstukken toch wel datgene waardoor hij altijd zal worden herinnerd. Hij schilderde met name oude gebouwen en landschappen van ons Rooise dorp. De verdwenen watermolen, de Knoptoren en kasteel Henkenshage waren dikwijls het onderwerp van zijn schilderstukken. Zo heeft hij de Knoptoren meer dan 250 keer geschilderd,” vertelt Gert.
“Als kind leerde ik zelf de nodige basisvaardigheden van het schilderen van mijn grootvader Gabriël. Hij was van vijf kinderen de oudste in het gezin die het op zijn beurt weer had geleerd van zijn vader Cornelis,” vertelt de jongste schilderstelg van de familie verder. “Ik was achttien toen mijn opa overleed,” vult Hannie aan. “Voor zover ik weet was mijn opa altijd aan het schilderen,” vertelt ze. “Opa zat dan in de achterkamer achter zijn schildersezel. Kijk, dit is hij,” zegt ze terwijl ze een aantal foto’s tevoorschijn haalt. “Toen we klein waren, gingen we er iedere zondag, maar ook door de week vaak naartoe.”
“Mijn overgrootvader Cornelis en mijn grootvader Gabriël hadden ongeveer dezelfde stijl,” vertelt Gert verder. “Ze schilderden gedetailleerd, realistisch en met mooie bijzonderheden. Ook de broer van Gabriël, Jo van der Kaaij, had het talent meegekregen en heeft vele dorpsgezichten over het leven in Rooi in de jaren 1900 tot 1950 op doek vastgelegd. Hij had wel een andere stijl, was meer een tekenaar-schilder. En koster was hij, wat je duidelijk terugziet in zijn werken, doordat hij vaak de religieuze kant op doek vastlegde. Bijzonder was dat hij op de achterkant van zijn schilderijen in woorden beschreef wat hij bedoelde met zijn werk over de geschiedenis van het platteland.
Zelf besloot ik op school ook al snel om voor de creatieve kant te kiezen,” vertelt Gert. “Gedurende diverse jaren heb ik de basiskennis van het ontwerpvak op school mogen leren en heb daarna de opleiding Advertising aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam afgerond. Mijn werken zijn duidelijk een stuk moderner dan die van mijn grootouders.” Kenmerkend voor zijn schilderijen zijn de felle kleuren, vormen en fantasieën waar je bijna niet omheen kunt. “En kijk dit,” zegt hij. Hij haalt een foto voor de dag waarop hij samen met zijn opa een schilderij aan het maken is. “Ik weet niet meer precies hoe oud ik toen was, ik denk een jaar of zes, zeven.” Zijn opa schetste het beeld en legde hem uit hoe hij een landschap kon schilderen. “Ik tekende vroeger veel. Hier een mooi aandenken,” zegt hij. “Zo troffen mijn ouders me altijd aan,” wijst hij naar een foto die op tafel ligt. Een foto waarop te zien is dat hij in slaap gevallen is boven zijn tekentafel. “Wat leuk dat daar nog een foto van is,” zegt Hannie. “Ik heb zelf ook nog een hele mooie tekening van jou,” zegt ze enthousiast. “Het schilderen is bij mij eigenlijk pas later op gang gekomen,” gaat Gert verder. “Rond mijn zestiende, zeventiende jaar als ik me goed herinner. Nu zie ik het ook bij mijn dochter terug, dat is ontzettend leuk. Het is zo mooi om te doen. Je kunt echt je gevoel overbrengen op het doek. Ik denk dat mijn voorouders dat ook deden, maar dan natuurlijk meer in de tijd van toen. Zij deden dat met name door stillevens te laten zien. Zelf heb ik meer met portretten. Loop maar eens even mee naar de gang, daar heb ik er een paar hangen,” zegt hij. “En daar boven de tv die is door mijn overgrootvader gemaakt,” zegt de trotse schilderstelg. Zo zien we dat de schildersfamilie nog altijd in volle glorie voortleeft. Naast de klassieke werken van de oude Van der Kaaij’s worden er nog steeds moderne kunstwerken gecreëerd, die nog lang als blijvende herinneringen aan de muur zullen prijken.
Schilders Van der Kaaij leven voort in hun werken
18 juli 2024, 08:23CultuurKunst en Cultuur
Dorpsgezichten, landschappen en stillevens in combinatie met moderne werken. In Sint-Oedenrode en de regio zijn de schilders van de familie Van der Kaaij bij velen bekend. In menig Rooise huiskamer hangt een schilderij van een van de drie generaties. Gert van der Kaaij, de enige nog levende schilder uit de familie, is inmiddels al heel wat jaren in de voetsporen getreden van zijn voorvaderen en zijn werk is over vele plekken in het land verspreid.
Door: Caroline van der Linden
In zijn huiskamer, waar de penselen van zijn grootvader als eerbetoon mooi ingelijst aan de muur hangen, gaan we met hem en zijn tante Hannie in gesprek en duiken we de geschiedenis in. Hannie, die zelf van een generatie is waarbij niemand het penseel heeft opgepakt, mocht het als kind nog wel aanschouwen. Gert zet het schilderen een generatie later voort. “Toen mijn opa overleed, kreeg ik deze penselen,” zegt Gert dankbaar. “Mijn overgrootvader Cornelis is de grondlegger van de schilders in onze familie,” begint hij. “In 1884 geboren in Zaltbommel, overleed hij in 1968 in Sint-Oedenrode. Daartussen liggen 83 nijvere jaren, twee wereldoorlogen, het verlies van twee echtgenotes, een strijd om het bestaan met een overgang van werknemer tot zelfstandig ondernemer en een eindeloze zee van uren doorgebracht achter de schildersezel. Het ene doek na het andere heeft hij vervaardigd,” vertelt Gert trots. “Het is best moeilijk om in kort bestek een beeld te geven van zijn arbeidzame leven. In de Kerkstraat in Rooi had hij zijn schildersbedrijf met een winkel erbij. Tientallen jaren was hij een niet weg te denken figuur in het dorp. Hij had een dochter en vier zonen, van wie de jongste een toekomst heeft opgebouwd aan het andere eind van de wereld, in Nieuw-Zeeland. Vanaf het begin van mijn overgrootvaders verblijf in Sint-Oedenrode heeft hij zijn schilderkunst in dienst gesteld van de gemeenschap. Behalve het maken van schilderijen, heeft hij jarenlang de achtergronden en de coulissen geschilderd voor de plaatselijke toneelgroep en zich verdienstelijk gemaakt als grimeur. Er zullen vast nog veel Rooienaren zijn die zich de prachtige achtergronden voor de kerstgroep in de Martinuskerk herinneren.”
“Elk jaar werd het doek helemaal afgewassen in de gracht, want het doek was duur,” weet Hannie zich nog te herinneren. “Dan werd het hergebruikt en schilderde hij er weer een ander tafereel op. Zo heb ik ook nog een schildering van de Knoptoren, volgens mij gemaakt op de achterkant van een sigarenkistje. Dat was natuurlijk een stuk goedkoper,” lacht ze.
“Ook groot was zijn aandeel in feestelijkheden, zoals bijvoorbeeld bij het twaalfde eeuwfeest van Sint-Oda,” vertelt Gert verder. Dit werd gevierd met een optocht die van heinde en verre veel belangstelling trok. Mijn overgrootvader ontwierp de praalwagens. Ook bekend zijn zijn gedachteniskaarten met historische beelden waarvan hij een hele serie maakte. Maar naast dat hij dus echt wel meer deed dan alleen schilderen, zijn zijn schilderstukken toch wel datgene waardoor hij altijd zal worden herinnerd. Hij schilderde met name oude gebouwen en landschappen van ons Rooise dorp. De verdwenen watermolen, de Knoptoren en kasteel Henkenshage waren dikwijls het onderwerp van zijn schilderstukken. Zo heeft hij de Knoptoren meer dan 250 keer geschilderd,” vertelt Gert.
“Als kind leerde ik zelf de nodige basisvaardigheden van het schilderen van mijn grootvader Gabriël. Hij was van vijf kinderen de oudste in het gezin die het op zijn beurt weer had geleerd van zijn vader Cornelis,” vertelt de jongste schilderstelg van de familie verder. “Ik was achttien toen mijn opa overleed,” vult Hannie aan. “Voor zover ik weet was mijn opa altijd aan het schilderen,” vertelt ze. “Opa zat dan in de achterkamer achter zijn schildersezel. Kijk, dit is hij,” zegt ze terwijl ze een aantal foto’s tevoorschijn haalt. “Toen we klein waren, gingen we er iedere zondag, maar ook door de week vaak naartoe.”
“Mijn overgrootvader Cornelis en mijn grootvader Gabriël hadden ongeveer dezelfde stijl,” vertelt Gert verder. “Ze schilderden gedetailleerd, realistisch en met mooie bijzonderheden. Ook de broer van Gabriël, Jo van der Kaaij, had het talent meegekregen en heeft vele dorpsgezichten over het leven in Rooi in de jaren 1900 tot 1950 op doek vastgelegd. Hij had wel een andere stijl, was meer een tekenaar-schilder. En koster was hij, wat je duidelijk terugziet in zijn werken, doordat hij vaak de religieuze kant op doek vastlegde. Bijzonder was dat hij op de achterkant van zijn schilderijen in woorden beschreef wat hij bedoelde met zijn werk over de geschiedenis van het platteland.
Zelf besloot ik op school ook al snel om voor de creatieve kant te kiezen,” vertelt Gert. “Gedurende diverse jaren heb ik de basiskennis van het ontwerpvak op school mogen leren en heb daarna de opleiding Advertising aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam afgerond. Mijn werken zijn duidelijk een stuk moderner dan die van mijn grootouders.” Kenmerkend voor zijn schilderijen zijn de felle kleuren, vormen en fantasieën waar je bijna niet omheen kunt. “En kijk dit,” zegt hij. Hij haalt een foto voor de dag waarop hij samen met zijn opa een schilderij aan het maken is. “Ik weet niet meer precies hoe oud ik toen was, ik denk een jaar of zes, zeven.” Zijn opa schetste het beeld en legde hem uit hoe hij een landschap kon schilderen. “Ik tekende vroeger veel. Hier een mooi aandenken,” zegt hij. “Zo troffen mijn ouders me altijd aan,” wijst hij naar een foto die op tafel ligt. Een foto waarop te zien is dat hij in slaap gevallen is boven zijn tekentafel. “Wat leuk dat daar nog een foto van is,” zegt Hannie. “Ik heb zelf ook nog een hele mooie tekening van jou,” zegt ze enthousiast. “Het schilderen is bij mij eigenlijk pas later op gang gekomen,” gaat Gert verder. “Rond mijn zestiende, zeventiende jaar als ik me goed herinner. Nu zie ik het ook bij mijn dochter terug, dat is ontzettend leuk. Het is zo mooi om te doen. Je kunt echt je gevoel overbrengen op het doek. Ik denk dat mijn voorouders dat ook deden, maar dan natuurlijk meer in de tijd van toen. Zij deden dat met name door stillevens te laten zien. Zelf heb ik meer met portretten. Loop maar eens even mee naar de gang, daar heb ik er een paar hangen,” zegt hij. “En daar boven de tv die is door mijn overgrootvader gemaakt,” zegt de trotse schilderstelg. Zo zien we dat de schildersfamilie nog altijd in volle glorie voortleeft. Naast de klassieke werken van de oude Van der Kaaij’s worden er nog steeds moderne kunstwerken gecreëerd, die nog lang als blijvende herinneringen aan de muur zullen prijken.
Schilders Van der Kaaij leven voort in hun werken
18 juli 2024, 08:23CultuurKunst en Cultuur
Dorpsgezichten, landschappen en stillevens in combinatie met moderne werken. In Sint-Oedenrode en de regio zijn de schilders van de familie Van der Kaaij bij velen bekend. In menig Rooise huiskamer hangt een schilderij van een van de drie generaties. Gert van der Kaaij, de enige nog levende schilder uit de familie, is inmiddels al heel wat jaren in de voetsporen getreden van zijn voorvaderen en zijn werk is over vele plekken in het land verspreid.
Door: Caroline van der Linden
In zijn huiskamer, waar de penselen van zijn grootvader als eerbetoon mooi ingelijst aan de muur hangen, gaan we met hem en zijn tante Hannie in gesprek en duiken we de geschiedenis in. Hannie, die zelf van een generatie is waarbij niemand het penseel heeft opgepakt, mocht het als kind nog wel aanschouwen. Gert zet het schilderen een generatie later voort. “Toen mijn opa overleed, kreeg ik deze penselen,” zegt Gert dankbaar. “Mijn overgrootvader Cornelis is de grondlegger van de schilders in onze familie,” begint hij. “In 1884 geboren in Zaltbommel, overleed hij in 1968 in Sint-Oedenrode. Daartussen liggen 83 nijvere jaren, twee wereldoorlogen, het verlies van twee echtgenotes, een strijd om het bestaan met een overgang van werknemer tot zelfstandig ondernemer en een eindeloze zee van uren doorgebracht achter de schildersezel. Het ene doek na het andere heeft hij vervaardigd,” vertelt Gert trots. “Het is best moeilijk om in kort bestek een beeld te geven van zijn arbeidzame leven. In de Kerkstraat in Rooi had hij zijn schildersbedrijf met een winkel erbij. Tientallen jaren was hij een niet weg te denken figuur in het dorp. Hij had een dochter en vier zonen, van wie de jongste een toekomst heeft opgebouwd aan het andere eind van de wereld, in Nieuw-Zeeland. Vanaf het begin van mijn overgrootvaders verblijf in Sint-Oedenrode heeft hij zijn schilderkunst in dienst gesteld van de gemeenschap. Behalve het maken van schilderijen, heeft hij jarenlang de achtergronden en de coulissen geschilderd voor de plaatselijke toneelgroep en zich verdienstelijk gemaakt als grimeur. Er zullen vast nog veel Rooienaren zijn die zich de prachtige achtergronden voor de kerstgroep in de Martinuskerk herinneren.”
“Elk jaar werd het doek helemaal afgewassen in de gracht, want het doek was duur,” weet Hannie zich nog te herinneren. “Dan werd het hergebruikt en schilderde hij er weer een ander tafereel op. Zo heb ik ook nog een schildering van de Knoptoren, volgens mij gemaakt op de achterkant van een sigarenkistje. Dat was natuurlijk een stuk goedkoper,” lacht ze.
“Ook groot was zijn aandeel in feestelijkheden, zoals bijvoorbeeld bij het twaalfde eeuwfeest van Sint-Oda,” vertelt Gert verder. Dit werd gevierd met een optocht die van heinde en verre veel belangstelling trok. Mijn overgrootvader ontwierp de praalwagens. Ook bekend zijn zijn gedachteniskaarten met historische beelden waarvan hij een hele serie maakte. Maar naast dat hij dus echt wel meer deed dan alleen schilderen, zijn zijn schilderstukken toch wel datgene waardoor hij altijd zal worden herinnerd. Hij schilderde met name oude gebouwen en landschappen van ons Rooise dorp. De verdwenen watermolen, de Knoptoren en kasteel Henkenshage waren dikwijls het onderwerp van zijn schilderstukken. Zo heeft hij de Knoptoren meer dan 250 keer geschilderd,” vertelt Gert.
“Als kind leerde ik zelf de nodige basisvaardigheden van het schilderen van mijn grootvader Gabriël. Hij was van vijf kinderen de oudste in het gezin die het op zijn beurt weer had geleerd van zijn vader Cornelis,” vertelt de jongste schilderstelg van de familie verder. “Ik was achttien toen mijn opa overleed,” vult Hannie aan. “Voor zover ik weet was mijn opa altijd aan het schilderen,” vertelt ze. “Opa zat dan in de achterkamer achter zijn schildersezel. Kijk, dit is hij,” zegt ze terwijl ze een aantal foto’s tevoorschijn haalt. “Toen we klein waren, gingen we er iedere zondag, maar ook door de week vaak naartoe.”
“Mijn overgrootvader Cornelis en mijn grootvader Gabriël hadden ongeveer dezelfde stijl,” vertelt Gert verder. “Ze schilderden gedetailleerd, realistisch en met mooie bijzonderheden. Ook de broer van Gabriël, Jo van der Kaaij, had het talent meegekregen en heeft vele dorpsgezichten over het leven in Rooi in de jaren 1900 tot 1950 op doek vastgelegd. Hij had wel een andere stijl, was meer een tekenaar-schilder. En koster was hij, wat je duidelijk terugziet in zijn werken, doordat hij vaak de religieuze kant op doek vastlegde. Bijzonder was dat hij op de achterkant van zijn schilderijen in woorden beschreef wat hij bedoelde met zijn werk over de geschiedenis van het platteland.
Zelf besloot ik op school ook al snel om voor de creatieve kant te kiezen,” vertelt Gert. “Gedurende diverse jaren heb ik de basiskennis van het ontwerpvak op school mogen leren en heb daarna de opleiding Advertising aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam afgerond. Mijn werken zijn duidelijk een stuk moderner dan die van mijn grootouders.” Kenmerkend voor zijn schilderijen zijn de felle kleuren, vormen en fantasieën waar je bijna niet omheen kunt. “En kijk dit,” zegt hij. Hij haalt een foto voor de dag waarop hij samen met zijn opa een schilderij aan het maken is. “Ik weet niet meer precies hoe oud ik toen was, ik denk een jaar of zes, zeven.” Zijn opa schetste het beeld en legde hem uit hoe hij een landschap kon schilderen. “Ik tekende vroeger veel. Hier een mooi aandenken,” zegt hij. “Zo troffen mijn ouders me altijd aan,” wijst hij naar een foto die op tafel ligt. Een foto waarop te zien is dat hij in slaap gevallen is boven zijn tekentafel. “Wat leuk dat daar nog een foto van is,” zegt Hannie. “Ik heb zelf ook nog een hele mooie tekening van jou,” zegt ze enthousiast. “Het schilderen is bij mij eigenlijk pas later op gang gekomen,” gaat Gert verder. “Rond mijn zestiende, zeventiende jaar als ik me goed herinner. Nu zie ik het ook bij mijn dochter terug, dat is ontzettend leuk. Het is zo mooi om te doen. Je kunt echt je gevoel overbrengen op het doek. Ik denk dat mijn voorouders dat ook deden, maar dan natuurlijk meer in de tijd van toen. Zij deden dat met name door stillevens te laten zien. Zelf heb ik meer met portretten. Loop maar eens even mee naar de gang, daar heb ik er een paar hangen,” zegt hij. “En daar boven de tv die is door mijn overgrootvader gemaakt,” zegt de trotse schilderstelg. Zo zien we dat de schildersfamilie nog altijd in volle glorie voortleeft. Naast de klassieke werken van de oude Van der Kaaij’s worden er nog steeds moderne kunstwerken gecreëerd, die nog lang als blijvende herinneringen aan de muur zullen prijken.